WETTELIJKE VERPLICHTINGEN VZW.
(overgenomen uit het tijdschrift van
FVHS van mei
2011. 10de jaargang nummer 22)
Neerleggingsplicht jaarrekening:
Voor de meeste vzw’s eindigt het boekjaar op 31 december. De raad van bestuur moet binnen de zes maanden na het afsluiten van het boekjaar de jaarrekening van het afgelopen jaar en de begroting voor volgend jaar ter goedkeuring voorleggen aan de algemene vergadering. Na goedkeuring dient de jaarrekening zo snel mogelijk te worden neergelegd.
De wijze van neerlegging is afhankelijk van de aard van de vzw. Gaat het om een kleine vzw en de boekhouding is een kasboekhouding en/of enkelvoudige boekhouding, dan moet op de griffie van de rechtbank van koophandel het model B en het model C neergelegd worden. Het model B is de staat van de ontvangsten en uitgaven, terwijl model C de inventaris van activa, rechten, schulden en verbintenissen is. Deze modellen kunnen gedownload worden op de website van de FVHS.
Gaat het om een kleine vzw die een volledige boekhouding voert volgens het systeem van dubbel boekhouden, dan moet er een jaarrekening worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel. Voor de grote vzw’s geldt de verplichting een jaarrekening op te maken en deze neer te leggen bij de Nationale Bank, binnen de maand na goedkeuring.
Jaarlijkse taks op de vzw:
Een andere jaarlijkse verplichting voor de vzw’s is de jaarlijkse aangifte voor de taks op de vzw’s, ook wel patrimoniumtaks genoemd. Vóór 28 februari moet elke vzw bij het plaatselijk registratiekantoor een aangifte doen van haar bezittingen, zowel haar onroerende als haar roerende goederen. Als roerende goederen komen enkel die in aanmerking die van blijvende en duurzame aard zijn. Termijnrekeningen op meer dan één jaar moeten aangegeven worden, terwijl de liquiditeiten bestemd om de normale werking van de vereniging te verzekeren niet op de aangifte moeten vermeld worden. Het model van de aangifte is eveneens te vinden op de website van de Federatie. Op het bedrag van de bezittingen is een jaarlijkse taks verschuldigd van 0.17 % en de betaling dient te gebeuren vóór 31 maart.
Indien het vermogen van de vzw minder is dan € 25.000, dan geldt er vrijstelling om de aangifte te doen. Indien het vermogen hoger is dan € 25.000, maar de taks is lager dan € 125, dan kan zij een aangifte invullen voor de komende drie jaar. Bij wijziging van het vermogen dient natuurlijk de administratie hiervan in kennis te worden gesteld.
Forfaitaire onkostenvergoeding voor vrijwilligers:
De forfaitaire onkostenvergoeding (bijvoorbeeld maaltijdvergoedingen, drankvergoedingen, vergoeding PC, …) mogen voor 2011 (tussen haakjes de bedragen voor 2010) maximaal € 30,82 (30,22) per dag of € 1.232,92 (1.208,72) per jaar bedragen. Zolang deze bedragen niet overschreden worden, zijn ze niet belastbaar en niet onderworpen aan de RSZ. Vergoedingen voor verplaatsingen zijn hier niet inbegrepen. Deze mogen € 0,3178 per kilometer bedragen voor maximum 2.000 kilometer per vrijwilliger en blijven dan onbelastbaar.